Er staat (c)opyright op de gedichten van ANNIE BAEYENS U mag dit gedicht alleen gebruiken als u de auteursnaam en eventueel de website daarbij vermeldt.
Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Bronskleurige bladeren dwarrelen in de wind.
Een stokoude man, met de geest van een kind,
staart dromerig voor zich uit.
Twee dikke tranen,
die zich kronkelend een weg banen
tussen de diepe rimpels van zijn perkamenten huid
en, als glinsterende pareltjes trillend blijven hangen,
een paar seconden maar
in zijn grijze stoppelbaard.
Er groeit in hem een groot verlangen
naar wat liefde, vriendschap en begrip.
Het broze geluk
sprong als een zeepbel stuk.
Waarom heeft men hem verlaten?
Waarom wil er niemand met hem praten?
Is oud zijn dan een schande?
Hij rilt, steunt het hoofd met verweerde handen.
Heeft het leven nog wel zin?
Wat wil je dat ik begin?

Plots een stemmetje dat klinkt als klatergoud!
"Toe opa, je bent nog niet te oud."
"Speel met mij alsjeblieft."
Zijn ogen schitteren, toch nog geliefd?

Reacties  

#1 Poelman-Duisterwinkel, Coby 02-12-2009 12:23
Wat een mooi liefdevol gedicht met een verrassend slot. Prachtig!
Vr. gr. van Coby.